Citaat | Hoge Raad 26 juni 2018

Onder 2.3. Hoge Raad 26 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:995.

Anders dan het Hof heeft geoordeeld, kan uit de omstandigheid dat de verdachte bij onherroepelijk vonnis van de Politierechter van 13 maart 2012 vanwege het rijden terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, is veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen en dat de executie van die rijontzegging op 6 november 2013 is ingegaan, niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Zulks volgt evenmin uit de overige bewijsmiddelen, nu daaruit niet blijkt of, en zo ja, wanneer het onder 2.2.2 in bewijsmiddel 4 weergegeven besluit van het CBR aan de verdachte is bekendgemaakt. De bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs ongeldig was verklaard, is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fe4cc8d6676536c197ee265cf04c3fb63d1930a1dba6b5177b924a3e2313291. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fe4cc8d6676536c197ee265cf04c3fb63d1930a1dba6b5177b924a3e2313291, en de alinea staat in dat document op bytes 14626 tot 15482.