Citaat | Hoge Raad 28 juni 2019
Onder 3.7.5 Hoge Raad 28 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046.
De vierde prejudiciële vraag beantwoordt de Hoge Raad op grond van het voorgaande als volgt. Voor een geslaagd beroep op dwaling is onder meer vereist dat de partij de overeenkomst bij afwezigheid van de dwaling niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten, en dat dit voor de wederpartij kenbaar was. Aan deze vereisten zal in het algemeen – behoudens bijzondere, door de partij die zich op dwaling beroept te stellen omstandigheden – niet zijn voldaan als het beroep op dwaling erop berust dat de bank geen melding heeft gemaakt van de aanwezigheid van een bankmarge als onderdeel van het onder de renteswapovereenkomst door de cliënt verschuldigde vaste rentetarief, of dat de bank geen inzicht heeft gegeven in de componenten waaruit het vaste rentetarief is opgebouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4115aeb352dec0ff7e873ff0773c6aa64ca29aa6a66abe1bcac048aea16d9c69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4115aeb352dec0ff7e873ff0773c6aa64ca29aa6a66abe1bcac048aea16d9c69, en de alinea staat in dat document op bytes 52967 tot 53774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4115aeb352dec0ff7e873ff0773c6aa64ca29aa6a66abe1bcac048aea16d9c69 | shasum -a 256