Citaat | Hoge Raad 2 juli 2019

Onder 2.2. Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1069.

Op zondag 24 april 2016 reden wij, verbalisanten, over de van Mierisstraat in Den Haag en zagen toen wij ter hoogte van de Hendrick Goltziusstraat reden, een persoon lopen die voldeed aan het NN2 signalement. Ik zag in mijn rechter ooghoek een tweede persoon lopen. Ik zag dat deze persoon van achter een muurtje vandaan kwam en een aantal meters voor mij liep. Ik zag dat deze persoon voldeed aan het genoemde NN1 signalement, namelijk o.m. een donkere jas en een donkere rugzak. Ik keek in de richting waar deze persoon vandaan kwam. Ik zag dat er een geel tasje van het merk Jumbo op de grond lag. Ik zag dat er in dit tasje een fles zat van het merk Coca Cola. Ik zag dat deze verdachte de donkere rugzak droeg. Ik zag dat er op zijn donkere jas aan de voorzijde heel veel natte witte vlekken waren. Ik herkende deze vlekken als lijm. Ik rook een sterke lijmlucht. De verdachte bleek mij later te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61, en de alinea staat in dat document op bytes 11363 tot 12358.