Citaat | Hoge Raad 2 juli 2019

Onder 2.3. Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1069.

8. Voor zover er al wettig en overtuigend bewijs is ter zake van het aan [verdachte] ten laste gelegd feit, dient de vrijheid van meningsuiting te prevaleren en staat deze in de weg aan een strafrechtelijke veroordeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61, en de alinea staat in dat document op bytes 19067 tot 19300.