Citaat | Hoge Raad 2 juli 2019

Onder 2.3. Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1069.

Voor het wegen van het belang van de uitlatingen in het maatschappelijk debat dient te worden gekeken naar de jurisprudentie van het Europese Hof over art. 10 van het EVRM, het recht op vrijheid van meningsuiting. Het EHRM lijkt vanaf 2008 weliswaar een nieuwe weg te zijn ingeslagen waarbij het belang van verdraagzaamheid in de samenleving een rechtvaardiging kan zijn om het publieke debat te beperken. Maar het Europese Hof benadrukt ook elke keer uitdrukkelijk het belang van een open en publiek debat waarin uitlatingen mogen beledigen, choqueren en verontrusten. Een belangrijk argument is dat strafrecht ultimum remedium dient te zijn. Het is beter dat groepen zich verweren via het publieke debat dan via het strafrecht. Zie ook voormalig minister van V&J Ivo Opstelten in de brief van 8 maart 2012 die als bijlage aan de pleitnota is gehecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a87e4de588cde2964e06f27789e1d6f56cc74bf8854766f883598c387e95e61, en de alinea staat in dat document op bytes 19431 tot 20300.