Citaat | Hoge Raad 9 juli 2019

Onder 2.2.5 Hoge Raad 9 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1079.

Uit voornoemde processen-verbaal blijkt niet meer dan dat de politie de foto’s en video’s die op de telefoon en/of de SD-kaart stonden, heeft bekeken. In het proces-verbaal van bevindingen van 16 juni 2016 wordt weliswaar melding gemaakt van het feit dat op de telefoon (ook) chats en contacten staan, maar niet blijkt dat de verbalisanten kennis hebben genomen van die informatie. Integendeel: uit voornoemde processen-verbaal is af te leiden dat de politie selectief is geweest in het onderzoek van die telefoon en alleen de foto’s en video’s heeft bekeken. Uit het onderzoek ter zitting van het hof zijn ook geen aanwijzingen naar voren gekomen dat er een verdergaand onderzoek heeft plaatsgevonden. Van een onderzoek dat zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is gekregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van verdachte is niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1, en de alinea staat in dat document op bytes 26027 tot 26918.