Citaat | Hoge Raad 9 juli 2019

Onder 2.2.5 Hoge Raad 9 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1079.

Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof op grond van het voorgaande van oordeel dat met het onderzoek aan de telefoon van verdachte niet meer dan een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte is gemaakt. De algemene bevoegdheid van artikel 94 jo. artikel 95 en 96 van het Wetboek van Strafvordering biedt voor dit onderzoek daarom voldoende legitimatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1, en de alinea staat in dat document op bytes 27570 tot 27976.