Citaat | Hoge Raad 9 juli 2019
Onder 2.3 Hoge Raad 9 juli 2019
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1079.
“2.6. Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken teneinde de beschikking te krijgen over daarin opgeslagen of beschikbare gegevens vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94, in verbinding met art. 95 en 96 Sv, daarvoor voldoende legitimatie. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal bepaalde op de elektronische gegevensdrager of in het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens. Indien dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek jegens hem onrechtmatig zijn. Daarvan zal in het bijzonder sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1, en de alinea staat in dat document op bytes 28366 tot 29670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0ed8a76f064b78748675dfaa466125daf5c3b3e35cd32d213c5e82a690f4cb1 | shasum -a 256