Citaat | Hoge Raad 5 juli 2019

Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102.

Het Hof heeft, in navolging van de Rechtbank, geoordeeld (i) dat de aanslag tijdig op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, en daarvan uitgaande (ii) dat de bezwaartermijn op grond van artikel 22j AWR is aangevangen met ingang van de dag na dagtekening van het aanslagbiljet, en (iii) dat daarom de bezwaartermijn op 8 september 2014 eindigde. Dit betekent, aldus het Hof, dat het door de Inspecteur op 2 oktober 2014 ontvangen bezwaarschrift te laat is ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8abd623b7c72554c599170283bfb45d192e03630321150e01eeb84f39156d4d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8abd623b7c72554c599170283bfb45d192e03630321150e01eeb84f39156d4d0, en de alinea staat in dat document op bytes 7099 tot 7581.