Citaat | Hoge Raad 5 juli 2019

Onder 2.8. Hoge Raad 5 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102.

Belanghebbende heeft voor het Hof gesteld dat zij het aanslagbiljet niet heeft ontvangen en dat om die reden redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest. Gelet op hetgeen hiervoor in 2.7 is overwogen, had het Hof aan de hand van de bewijsregels uit het arrest van 22 juni 1988 moeten beoordelen of de Inspecteur de onjuistheid van die stelling heeft bewezen. Uit de uitspraak blijkt niet of het Hof dit onderzoek heeft uitgevoerd. Het heeft daarmee hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd. De middelen treffen daarom doel voor zover deze zich richten tegen het oordeel van het Hof dat ook het bezwaar tegen de boetebeschikking terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8abd623b7c72554c599170283bfb45d192e03630321150e01eeb84f39156d4d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8abd623b7c72554c599170283bfb45d192e03630321150e01eeb84f39156d4d0, en de alinea staat in dat document op bytes 17238 tot 18008.