Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.3.2. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:113.
Voorts dient in aanmerking te worden genomen dat een verdachte, die, kennis dragende van een tegen hem ingestelde vervolging, nalaat op de voorgeschreven wijze opgave te doen van zijn verhuizingen en/of geen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke voorzieningen treft om te bereiken dat hij kennis krijgt van voor hem bestemde stukken die zijn achtergelaten dan wel verzonden aan het adres alwaar hij vroeger woonachtig was of stond ingeschreven en/of nalaat zich op de hoogte te stellen van de inhoud van zodanige door hem ontvangen berichten dan wel daarop niet reageert, ten gevolge waarvan de inspanningen van het openbaar ministerie om de uitspraak te zijner kennis te brengen, zonder resultaat blijven, zich niet met vrucht kan beroepen op schending van art. 6, eerste lid, EVRM (vgl. HR 30 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2099).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b4e7631562e473c10a7123c809841b1c30dc932c7f49b1cd02f6b9580cf9e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b4e7631562e473c10a7123c809841b1c30dc932c7f49b1cd02f6b9580cf9e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 9077 tot 9931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b4e7631562e473c10a7123c809841b1c30dc932c7f49b1cd02f6b9580cf9e8b | shasum -a 256