Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019

Onder 2.6.2. Hoge Raad 29 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:113.

Dat verzuim staat evenwel niet in de weg aan het oordeel dat de verstekmededeling blijkens de onder 2.4 weergegeven gang van zaken rechtsgeldig is betekend op de voet van art. 588, derde lid onder c, Sv, nu niet is aangevoerd, noch is gebleken dat de betrokkene, aan wiens GBA-adres op 27 maart 2007 een afschrift van de verstekmededeling is toegezonden, binnen de termijn van zeven dagen heeft getracht het desbetreffende stuk op het postkantoor af te halen. (Vgl. HR 17 april 2012, ECLI:NL: HR:2012:BV9202.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b4e7631562e473c10a7123c809841b1c30dc932c7f49b1cd02f6b9580cf9e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b4e7631562e473c10a7123c809841b1c30dc932c7f49b1cd02f6b9580cf9e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 11950 tot 12472.