Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019
Onder 3.3.3 Hoge Raad 19 juli 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1239.
Op grond van art. 59 lid 1 van de Europese Erfrechtverordening (hierna: EEV) heeft een in Spanje verleden authentieke akte in Nederland in beginsel dezelfde bewijskracht als in Spanje. De echtheid van een dergelijke akte kan blijkens art. 59 lid 2 EEV alleen voor een gerecht van de lidstaat van herkomst worden aangevochten. De in de authentieke akte vastgelegde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen kunnen op grond van art. 59 lid 3 EEV uitsluitend worden aangevochten voor de krachtens de EEV bevoegde gerechten. Deze gerechten zijn in het onderhavige geval op grond van art. 4 EEV de gerechten van Spanje, nu gesteld noch gebleken is dat een van de andere in de EEV neergelegde bevoegdheidsgronden van toepassing is. Dat betekent dat [verweerders] de echtheid van de akte of van de in de akte vastgelegde rechtsbetrekkingen alleen in Spanje kunnen aanvechten. Gesteld noch gebleken is dat zij van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt. In de onderhavige procedure dient dan ook te worden uitgegaan van de juistheid van de in Spanje opgemaakte akte, waarin wordt geconstateerd dat de zonen van [betrokkene 1] op grond van de wet als enige erfgenamen van [betrokkene 1] moeten worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e889e43ee1cce9e64a12fddbc321eadebacfe897acd9c0677aae5b10ad19851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e889e43ee1cce9e64a12fddbc321eadebacfe897acd9c0677aae5b10ad19851, en de alinea staat in dat document op bytes 18095 tot 19376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e889e43ee1cce9e64a12fddbc321eadebacfe897acd9c0677aae5b10ad19851 | shasum -a 256