Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019

Onder 2.8.5 Hoge Raad 19 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278.

Ook voor zover de grondslag van de vordering de burgerlijke rechter wel noodzaakt een oordeel te geven over de onrechtmatigheid van genoemde instemmingsbesluiten, staat de formele rechtskracht daarvan niet zonder meer aan dat oordeel in de weg. Blijkens art. 36 Mbw dient de minister het door hem met betrekking tot het winningsplan te geven instemmingsbesluit te baseren op een afweging van de betrokken belangen, waaronder het belang van de veiligheid van de omwonenden en van het voorkomen van schade enerzijds en de belangen van de winning van gas anderzijds. De minister mag blijkens de wet laatstgenoemde belangen zwaarder laten wegen, mits dat niet tot onevenredige gevolgen leidt voor degenen die nadeel ondervinden van de winning (art. 3:4 lid 2 Awb). De minister komt bij deze afweging beleidsruimte toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf, en de alinea staat in dat document op bytes 62576 tot 63467.