Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019
Onder 2.8.5 Hoge Raad 19 juli 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278.
Dit toetsingskader brengt mee dat de minister, zij het binnen de genoemde grenzen, de mogelijkheid heeft om rechtsgeldig in te stemmen met een winningsplan waarmee rechten van omwonenden worden aangetast, ook als het winningsbelang op zichzelf geen rechtvaardiging voor die aantasting oplevert. Dit kader sluit daarmee niet uit dat de Staat, ook als het instemmingsbesluit rechtsgeldig is, onrechtmatig jegens de omwonenden handelt. Uit de wettelijke regeling van dit kader volgt immers niet dat de genoemde aantasting in het geval van een rechtsgeldig besluit ook steeds als rechtmatig moet worden aangemerkt jegens de omwonenden, maar uitsluitend dat rechtsgeldig, en dus onaantastbaar, met het winningsplan kan worden ingestemd, hoewel daardoor aantasting van rechten van omwonenden plaatsvindt. Voor zover die aantasting de door [eisers] ingeroepen rechten van de art. 2, 3 en 8 EVRM betreft, zou een wettelijke bepaling die deze aantasting rechtmatig doet zijn, op grond van art. 94 Grondwet overigens onverbindend zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf, en de alinea staat in dat document op bytes 63479 tot 64518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf | shasum -a 256