Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019

Onder 2.9.5 Hoge Raad 19 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278.

Uit de tekst en de strekking van art. 6:177a lid 1 BW, alsmede uit de hiervoor aangehaalde bedoeling van de wetgever, volgt dat de exploitant het in die bepaling bedoelde vermoeden alleen dan met succes weerlegt, als hij erin slaagt te bewijzen dat de schade niet is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk. Daarbij verdient opmerking dat voor bewijs in het burgerlijk procesrecht niet is vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan. Voor bewijs kan volstaan dat de te bewijzen feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf, en de alinea staat in dat document op bytes 71097 tot 71710.