Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019

Onder 2.10.8 Hoge Raad 19 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278.

Voor schade die als gevolg van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten waarvoor de exploitant aansprakelijk is, is geleden aan een onroerende zaak met een bijzondere kwetsbaarheid waarvan aannemelijk is dat zij ook zonder de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis op enig moment in de toekomst zou hebben geleid tot (een deel van) de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd, geldt dat het desbetreffende deel van de schade niet in condicio sine qua non-verband staat met bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten en dus niet voor vergoeding in aanmerking komt. Als een ander deel van de schade wel in condicio sine qua non-verband staat met bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten, geldt voor dat deel hetgeen hiervoor in 2.10.8 is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dba13d017e9cb0a4dc7c77a5af767559ef454c5ab9425e5185a4418a01647cf, en de alinea staat in dat document op bytes 79511 tot 80288.