Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019
Onder 2.9 Hoge Raad 19 juli 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1279.
Uit informatie die de Advocaat-Generaal ambtshalve heeft opgevraagd bij de ondernemingskamer en die de secretaris van de ondernemingskamer heeft verstrekt (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal van 7 februari 2019 in de zaak 18/01935 en de bijlagen bij die conclusie), blijkt dat [verzoeker] bij gewone brief is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek in de tweede fase van de enquêteprocedure (art. 2:355 lid 1 BW). De oproepingsbrief is gezonden aan het oude adres van [verzoeker] in [woonplaats]. Niet is gebleken van een oproeping op de voet van art. 277 lid 1 Rv (aangetekende brief met ontvangstbevestiging of daarmee gelijkwaardige wijze van verzending) of art. 277 lid 2 Rv (via een “ontvangende instantie” in België) of op de voet van art. 272 Rv (plaatsing van de oproeping in de Staatscourant).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244, en de alinea staat in dat document op bytes 32921 tot 33767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244 | shasum -a 256