Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019
Onder 5.1.1 Hoge Raad 19 juli 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1279.
Onderdeel (a) van het middel klaagt dat de ondernemingskamer [verzoeker] ten onrechte niet heeft opgeroepen nadat Recalcico in haar nadere schriftelijke reactie had gesteld dat de Upstreaming wanbeleid is. Bij gebreke van deze oproeping was de vermeerdering van het verzoek tegen [verzoeker] uitgesloten in verband met het bepaalde in art. 283 Rv in verbinding met art. 130 lid 3 Rv. Het oordeel dat [verzoeker] verantwoordelijk is voor het vastgestelde wanbeleid bij de Upstreaming kan daarom niet in stand blijven. Rov. 5.8 van de beschikking geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Toezending van de nadere schriftelijke reactie door de advocaat van Recalcico vervangt immers niet de eigen verplichting van de ondernemingskamer om [verzoeker] als niet-verschenen belanghebbende deugdelijk op te roepen, temeer nu [verzoeker] die nadere schriftelijke reactie niet heeft ontvangen. Het niet-oproepen van [verzoeker] levert voorts een schending op van de eisen van de goede procesorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244, en de alinea staat in dat document op bytes 39075 tot 40149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244 | shasum -a 256