Citaat | Hoge Raad 19 juli 2019

Onder 5.3.3 Hoge Raad 19 juli 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1279.

Ook onderdeel (e) is terecht voorgesteld. Art. 31 lid 1, tweede zin, Rv bepaalt dat de rechter niet tot verbetering overgaat dan na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten. De verbetering van de beschikking zou meebrengen dat [verzoeker] medeverantwoordelijk wordt gehouden voor het vastgestelde wanbeleid bij de verwerving van het Accentis Belang. Gelet op het belang dat voor [verzoeker] met deze verbetering gemoeid was, had de ondernemingskamer [verzoeker] in de gelegenheid moeten stellen zich daarover uit te laten. Uit informatie die de secretaris van de ondernemingskamer heeft verstrekt (zie hiervoor in 2.9) blijkt niet dat [verzoeker] die gelegenheid is geboden. Met name blijkt daaruit niet dat [verzoeker] deugdelijk is opgeroepen, of dat de ondernemingskamer ervan mocht uitgaan dat [verzoeker] anderszins daadwerkelijk op de hoogte kon zijn van het verzoek tot verbetering van de beschikking. Het voorgaande leidt ertoe dat het beginsel van hoor en wederhoor jegens [verzoeker] is geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecefcfaeee67611f68f0a29c42d36eb23169ce317880db79338a64b695dd4244, en de alinea staat in dat document op bytes 47110 tot 48163.