Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019

Onder 2.2.1. Hoge Raad 29 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:131.

Cliënt heeft gisteren laten weten dat hij een aanhoudingsverzoek zou doen. Ik acht mijzelf niet gemachtigd de verdediging te voeren, nu cliënt te kennen heeft gegeven dat hij persoonlijk aanwezig wenst te zijn ter terechtzitting van heden. Hij werkt twee dagen in België en kan om die reden niet aanwezig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec6ea1457698f332e98b1d76c93c6c03fe6bfdaab11e96d5f9856c7ec0e9bbdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec6ea1457698f332e98b1d76c93c6c03fe6bfdaab11e96d5f9856c7ec0e9bbdc, en de alinea staat in dat document op bytes 7648 tot 7975.