Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.4. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:131.
De afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak berust op de grond dat het verzoek onvoldoende is onderbouwd, omdat de verdachte het verzoek niet met enig stuk heeft gestaafd. Daarin ligt als het oordeel van het Hof besloten dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid, inhoudende dat de verdachte vanwege zijn werkzaamheden niet ter terechtzitting aanwezig kan zijn, gelet op wat aan het verzoek ten grondslag is gelegd en het ontbreken van bewijsstukken niet aannemelijk is. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Het Hof was bij die stand van zaken niet tot een nadere belangenafweging gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec6ea1457698f332e98b1d76c93c6c03fe6bfdaab11e96d5f9856c7ec0e9bbdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec6ea1457698f332e98b1d76c93c6c03fe6bfdaab11e96d5f9856c7ec0e9bbdc, en de alinea staat in dat document op bytes 11909 tot 12572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec6ea1457698f332e98b1d76c93c6c03fe6bfdaab11e96d5f9856c7ec0e9bbdc | shasum -a 256