Citaat | Hoge Raad 1 februari 2019

Onder 3.2.1 Hoge Raad 1 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:137.

[eisers] hebben in dit geding de verdeling van de nalatenschap gevorderd. Zij hebben daarnaast gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling van een redelijke woonvergoeding vanaf 1966, althans vanaf 28 mei 1985, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, tot aan de datum waarop de nalatenschap feitelijk zal zijn verdeeld. In haar eindvonnis heeft de rechtbank de verdeling van de nalatenschap vastgesteld en daarbij de woning toebedeeld aan [verweerder] . De waarde daarvan heeft zij vastgesteld op € 24.500,--, de waarde die daaraan volgens de door de rechtbank benoemde deskundige ten tijde van het overlijden van erflater moest worden toegekend. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat [verweerder] de woning als huurder heeft bewoond en dat hij de nalatenschap uit dien hoofde een vergoeding moet betalen van € 95.054,89, verminderd met de door hem aantoonbaar betaalde onroerendezaakbelasting, waterschapsbelasting en rioolrechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb72886918db4a05a2ad3350825a6f601a04f293be597d920c710a15716ee87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb72886918db4a05a2ad3350825a6f601a04f293be597d920c710a15716ee87, en de alinea staat in dat document op bytes 7990 tot 8977.