Citaat | Hoge Raad 1 februari 2019

Onder 3.3.2 Hoge Raad 1 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:137.

Als grieven worden aangemerkt de gronden die een appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd, waarbij de eis geldt dat die gronden behoorlijk in het geding naar voren zijn gebracht, zodat zij voor de appelrechter en de wederpartij, die immers moet weten waartegen zij zich heeft te verweren, voldoende kenbaar zijn. De enkele vermelding in de memorie van grieven dat de appellant het geschil in volle omvang aan de appelrechter wenst voor te leggen is niet voldoende om aan te nemen dat een door de appellant niet vermeld geschilpunt naast andere wel door de appellant nader omlijnde bezwaren, in hoger beroep opnieuw aan de orde werd gesteld, tenzij dit voor de wederpartij kenbaar was. (Zie HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ3242, rov. 3.4.1, en HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8278, rov. 4.3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb72886918db4a05a2ad3350825a6f601a04f293be597d920c710a15716ee87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb72886918db4a05a2ad3350825a6f601a04f293be597d920c710a15716ee87, en de alinea staat in dat document op bytes 13527 tot 14387.