Citaat | Hoge Raad 20 september 2019
Onder 3.4 Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1407.
Nationale-Nederlanden c.s. hebben aangevoerd dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep, omdat het gerechtshof geen verlof heeft verleend om tussentijds cassatieberoep in te stellen tegen het bestreden arrest (zie hiervoor in 2.4). [eiser] betoogt dat het bestreden arrest geen tussenuitspraak is, maar een einduitspraak, anders dan hij aannam toen hij het verzoek deed tot verlening van verlof voor tussentijds cassatieberoep. Volgens [eiser] heeft het hof met toepassing van art. 356 Rv de zaak aan zich gehouden en in de procedure ten principale beslist, althans heeft het hof ten aanzien van de kostenveroordeling met betrekking tot het deelgeschil en de in dat kader beoordeelde mate van eigen schuld aan de zijde van [eiser] een eindbeslissing gegeven waartegen cassatieberoep openstaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 17150 tot 17969.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a | shasum -a 256