Citaat | Hoge Raad 20 september 2019
Onder 3.6 Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1407.
Art. 1019cc lid 2 Rv bepaalt dat aan een veroordeling van een van partijen in een deelgeschilbeschikking in de procedure ten principale geen verdergaande betekenis toekomt dan wanneer zij zou zijn opgenomen in een tussen partijen gewezen vonnis in kort geding. Dit brengt mee dat de rechter in een eventueel volgende (of intussen aanhangig gemaakte) procedure ten principale niet aan zodanige veroordeling gebonden is en dat die veroordeling haar werking verliest indien in de procedure ten principale in het dictum een andere beslissing wordt gegeven over de desbetreffende vordering. Hoewel het hof gelet op het voorgaande niet bevoegd was om de kostenveroordeling te vernietigen, moet aan de desondanks door het hof daarvoor in de plaats gestelde kostenveroordeling dezelfde werking worden toegekend als aan een veroordeling in kort geding, zodat de rechtbank daaraan in de voortzetting van de procedure ten principale niet gebonden is. Die veroordeling vervalt derhalve als in het vervolg van deze procedure een vordering wordt ingesteld met betrekking tot de kosten van de deelgeschilprocedure en deze leidt tot een andere beslissing dan waartoe het hof nu is gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 20813 tot 22066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca79d2a493b39c65eebbe70b38854245ba9a4ca8a2e1d72add2167818f955f5a | shasum -a 256