Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2019

Onder 4.2.7 Hoge Raad 4 oktober 2019

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1499.

De onderdelen 1.1 en 1.3 betogen voorts dat het hof bij de beoordeling van de omvang van de mededelingsplicht geen acht had mogen slaan op de voor ABN AMRO uit de adviesrelatie met [verweerster 1] en haar zorgplicht voortvloeiende onderzoeksplicht. Onderdeel 1.3.1 voegt daaraan toe dat de door het hof aangenomen verplichting tot het verrichten van onderzoek, of het niet verricht zijn van dat onderzoek, in ieder geval niet tot gevolg mag hebben dat op ABN AMRO op de voet van art. 6:228 lid 1, aanhef en onder b, BW een meer indringende mededelingsplicht rust dan anders het geval zou zijn. Deze klachten falen op grond van hetgeen hiervoor in 4.2.4 is overwogen. Tot de omstandigheden van het geval waarvan de omvang en inhoud van de mededelingsplicht afhankelijk zijn, kan ook de informatie behoren die de bank verkrijgt door nakoming van haar zorgplicht of van haar verplichtingen uit een adviesrelatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce692f8919ad7b4aaa09231c62129a2fa204bd2e0ba5b101885dc56d7fa26141. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce692f8919ad7b4aaa09231c62129a2fa204bd2e0ba5b101885dc56d7fa26141, en de alinea staat in dat document op bytes 43250 tot 44172.