Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2019

Onder 4.4.2 Hoge Raad 4 oktober 2019

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1500.

In rov. 3.21 van het tweede tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat de prestatie van ING bestaat in het gedurende de looptijd van de renteswapovereenkomst voor haar rekening nemen van het risico dat het Euribortarief hoger wordt dan de swaprente. Deze prestatie kan volgens het hof naar haar aard niet ongedaan worden gemaakt. [Cliënt] heeft erin toegestemd een tegenprestatie te verrichten, bestaande in het betalen van de swaprente. Voorts is niet komen vast te staan dat [Cliënt] zonder de dwaling in het geheel niet zou hebben gecontracteerd. Daarom moet op grond van art. 6:210 lid 2 BW de waarde van de prestatie van ING worden vergoed. Het is, aldus het hof, redelijk als de te vergoeden waarde in aanmerking te nemen het (rente)bedrag dat [Cliënt] aan ING verschuldigd zou zijn geworden uit hoofde van de renteafdekkingsvariant (rentevastlening of rentecap) die het beste bij de positie van [Cliënt] paste. Omdat de swapovereenkomst onder invloed van dwaling is tot stand gekomen, acht het hof het niet redelijk de waarde van de prestatie van ING gelijk te stellen aan het bedrag dat [Cliënt] op grond van de swap netto aan ING heeft betaald (te weten het renteswappercentage van 4,45% verminderd met het 3-maands Euribortarief, in totaal € 1.352.254,--).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b768bfd2c842f3edfca1729b4cb06085ac9ff9503a1f97a7c4fbc51241fefe16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b768bfd2c842f3edfca1729b4cb06085ac9ff9503a1f97a7c4fbc51241fefe16, en de alinea staat in dat document op bytes 43483 tot 44768.