Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2019
Onder 2.2.2 Hoge Raad 4 oktober 2019
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1511.
In het door het Hof verworpen betoog van belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358, had het Hof daarom in zijn uitspraak de beslissing moeten opnemen dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van die rente vanaf vier weken na de datum waarop het Hof uitspraak heeft gedaan (zie rechtsoverweging 2.4.2 van het arrest van 19 april 2019). Het laatste middel slaagt in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea2e3dde673f9969f09a6fa6304375a9ad7266158c7300ed7b7a7409d77905a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea2e3dde673f9969f09a6fa6304375a9ad7266158c7300ed7b7a7409d77905a9, en de alinea staat in dat document op bytes 6645 tot 7260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea2e3dde673f9969f09a6fa6304375a9ad7266158c7300ed7b7a7409d77905a9 | shasum -a 256