Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2019
Onder 2.2.4 Hoge Raad 11 oktober 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1575.
Middel VI faalt. De Richtlijn en artikel 6:119a BW strekken niet tot regulering van betalingen bij wijze van schadeloosstelling (vgl. HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:70, rechtsoverweging 3.3.2). Het is dan ook niet voor redelijke twijfel vatbaar dat een te betalen vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn niet verband houdt met een handelsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6:119a BW in samenhang gelezen met de Richtlijn. Opmerking verdient dat dit ook geldt voor de verplichting tot het vergoeden van de kosten van bezwaar, (hoger) beroep en beroep in cassatie, en voor de verplichting tot vergoeding van griffierecht. Ook die verplichtingen houden geen verband met een dergelijke handelsovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38be2bc6944aee1bf4ccba818a6f0d9ec2f057dad47d9bdddedc4c405f337f31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38be2bc6944aee1bf4ccba818a6f0d9ec2f057dad47d9bdddedc4c405f337f31, en de alinea staat in dat document op bytes 9366 tot 10130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38be2bc6944aee1bf4ccba818a6f0d9ec2f057dad47d9bdddedc4c405f337f31 | shasum -a 256