Citaat | Hoge Raad 15 november 2019

Onder 2.4.2 Hoge Raad 15 november 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786.

De rechter in feitelijke instantie die ambtshalve aanleiding ziet getuigen te horen, kan met toepassing van artikel 8:60, lid 1, Awb getuigen oproepen. Het is overgelaten aan de rechter in feitelijke instantie of hij gebruik wil maken van zijn bevoegdheid ambtshalve getuigen te horen. Het staat de rechter dus vrij alleen dan van deze bevoegdheid gebruik te maken indien hem dit in het kader van de op hem rustende taak zinvol voorkomt. Dit geldt evenzeer indien aan de rechter is verzocht gebruik te maken van zijn bevoegdheid om ambtshalve getuigen op te roepen (vgl. HR 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5559).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732, en de alinea staat in dat document op bytes 11878 tot 12504.