Citaat | Hoge Raad 15 november 2019

Onder 2.6.4 Hoge Raad 15 november 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786.

Dat strookt met de betekenis en de uitleg van verhoorvoorschriften in het door het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) beheerste geding. Daarin wordt het recht van de verdachte vragen betreffende diens betrokkenheid bij het vermoedelijk begane strafbare feit onbeantwoord te laten, beschermd door de artikelen 29 en, wat het onderzoek ter terechtzitting betreft, 273, lid 2, Sv. Bij een mondelinge ondervraging wordt de cautie, te geven voordat de vragen worden gesteld, gezien als een zo wezenlijk voorschrift dat het verzuim die cautie te geven in de regel ertoe zal leiden dat de verkregen antwoorden voor het bewijs onbruikbaar zijn (vgl. HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5706).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732, en de alinea staat in dat document op bytes 18670 tot 19372.