Citaat | Hoge Raad 15 november 2019

Onder 2.6.6 Hoge Raad 15 november 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786.

De rechtspraak betreffende de behandeling van strafzaken erkent dat het verzuim die cautie (tijdig) te geven zonder gevolgen kan blijven indien de rechter kan vaststellen dat de verdachte daardoor niet in zijn belangen is geschaad. Dat kan het geval zijn indien de na dat verzuim afgelegde verklaring niet van belang is voor de in de bestreden uitspraak gegeven (eind)beslissingen (vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3198 en HR 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193). Het oordeel dat de betrokkene door het cautieverzuim niet in zijn belangen is geschaad, kan ook worden ontleend aan de omstandigheden waaronder de verklaring is afgelegd en de processuele houding van de betrokkene en/of degene die hem ter zitting rechtsbijstand verleent (vgl. HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5706). Ook in dit opzicht is er geen grond ten aanzien van het fiscale geding waarbij (ook) een boete moet worden beoordeeld een andere maatstaf te hanteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3ecde8a4c47633c88f8a713036fb9675ff9d69f08b2e67cde29853c12983732, en de alinea staat in dat document op bytes 19925 tot 20884.