Citaat | Hoge Raad 22 november 2019
Onder 2.4 Hoge Raad 22 november 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1817.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een vordering van de Officier van Justitie tot inbewaringstelling van de verdachte van 15 april 2016. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twaalf jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering ten aanzien van de diefstal is vervallen. Het middel is terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac61dcd38f81a010d42c477f0f89387e8927ed92cf80579c4d140306c4ea48f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac61dcd38f81a010d42c477f0f89387e8927ed92cf80579c4d140306c4ea48f1, en de alinea staat in dat document op bytes 10569 tot 11067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac61dcd38f81a010d42c477f0f89387e8927ed92cf80579c4d140306c4ea48f1 | shasum -a 256