Citaat | Hoge Raad 22 november 2019
Onder 2.2.2 Hoge Raad 22 november 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1818.
Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Het Hof heeft daarbij tot uitgangspunt genomen dat de berechting van een zaak in eerste aanleg niet binnen een redelijke termijn is geschied indien de rechtbank niet binnen twee jaren nadat die termijn is aangevangen, uitspraak doet. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat na terugwijzing door het hof naar de inspecteur in beginsel opnieuw van een termijn van twee jaren voor de behandeling van het bezwaar en beroep dient te worden uitgegaan. Na terugwijzing van de zaak door het hof naar de inspecteur vangt volgens het Hof de in aanmerking te nemen termijn voor behandeling van de zaak in eerste aanleg aan op de dag na de uitspraak van het hof die tot deze terugwijzing leidde. Dit betekent volgens het Hof dat in dit geval die termijn op 16 april 2016 is aangevangen. Aangezien de Rechtbank op 25 oktober 2017 uitspraak heeft gedaan, is volgens het Hof de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg niet overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26807d21229df6bfa5f980fdb25d99e3ebbb50c484b3c9f87d25abc0912be6cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26807d21229df6bfa5f980fdb25d99e3ebbb50c484b3c9f87d25abc0912be6cc, en de alinea staat in dat document op bytes 8782 tot 9773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26807d21229df6bfa5f980fdb25d99e3ebbb50c484b3c9f87d25abc0912be6cc | shasum -a 256