Citaat | Hoge Raad 22 november 2019

Onder 3.2 Hoge Raad 22 november 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1818.

Het Hof heeft echter miskend dat als de bestuursrechter de zaak terugwijst naar de inspecteur om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen, voor het vaststellen van de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg niet een nieuwe behandelingsfase start. In zulke zaken geldt als uitgangspunt dat de berechting in eerste aanleg niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden als het totale tijdsverloop in deze fase, dat is dus de optelsom van het tijdsverloop van die fase vóór terugwijzing en van die fase na terugwijzing, langer heeft geduurd dan twee jaren. Daarbij geldt dat de duur van de hervatte berechting in eerste aanleg aanvangt op de dag nadat de terugwijzingsuitspraak is gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26807d21229df6bfa5f980fdb25d99e3ebbb50c484b3c9f87d25abc0912be6cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26807d21229df6bfa5f980fdb25d99e3ebbb50c484b3c9f87d25abc0912be6cc, en de alinea staat in dat document op bytes 10543 tot 11336.