Citaat | Hoge Raad 22 november 2019

Onder 4.2.3 Hoge Raad 22 november 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830.

Dit oordeel, dat erop neerkomt dat ABN AMRO ten tijde van het aangaan van de overeenkomst in ieder geval zoveel duidelijkheid had moeten verschaffen als mogelijk was, gaat uit van een juiste opvatting over het transparantievereiste. Dat de voor banken geldende gedragsregels destijds niet in het algemeen ertoe verplichtten informatie te verschaffen over de opbouw van het rentetarief, betekent, anders dan het onderdeel veronderstelt, niet dat ABN AMRO die informatie ook niet behoefde te verschaffen indien dit nodig was om de leningnemer bij het aangaan van de overeenkomst voldoende voor te lichten in verband met het transparantievereiste. Het oordeel van het hof is evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De klachten falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2525fa3a5115b99025cda21d3ceabfa8bfe43f75e4c0cebdf5e10eb7d0cf7385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2525fa3a5115b99025cda21d3ceabfa8bfe43f75e4c0cebdf5e10eb7d0cf7385, en de alinea staat in dat document op bytes 52501 tot 53256.