Citaat | Hoge Raad 6 december 2019

Onder 3.2.2 Hoge Raad 6 december 2019

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1844.

“Ten onrechte heeft de rechtbank in r.o. 6.2.1 en 6.2.5 overwogen dat in eerste aanleg niet is weersproken dat op grond van de algemene voorwaarden van TGB moet worden uitgegaan van de juistheid van het door haar geadministreerde bedrag, behoudens door [eiser] te leveren tegenbewijs, dat de vorderingen van [eiser] in conventie zijn afgewezen, dat TGB de posities op voor hem ongunstige uren heeft geliquideerd, en dat [eiser] voor het overige niet concreet heeft gesteld dat, en zo ja, waarom en in hoeverre het door TGB berekende debetsaldo niet juist zou zijn, zodat de rechtbank als onvoldoende gemotiveerd betwist van de juistheid van het door TGB toegerekende bedrag zal uitgaan, en dat de vordering van TGB moet worden toegewezen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc75b1be10a928c21492c2e53b354dc1648a53ae166a69294626f38967de534b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc75b1be10a928c21492c2e53b354dc1648a53ae166a69294626f38967de534b, en de alinea staat in dat document op bytes 21446 tot 22200.