Citaat | Hoge Raad 6 december 2019
Onder 3.1.2 Hoge Raad 6 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1908.
Art. 11 EVRM beschermt onder meer het recht van een ieder op vrijheid van vereniging. Op grond van art. 11 EVRM omvat het recht op vrijheid van vereniging in ieder geval het recht om met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen. Dit wordt ook wel aangeduid als de ‘positieve’ vrijheid van vereniging. Art. 11 EVRM, bezien in samenhang met het door art. 9 EVRM beschermde recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en het door art. 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting, beschermt daarnaast ook de zogenoemde ‘negatieve’ vrijheid van vereniging. Deze negatieve vrijheid van vereniging omvat in ieder geval het recht om niet verplicht lid te worden van een vereniging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cb87b7e83a4aac4dcebfc31b0faa5f59a3bdfc9185213353c12346634b540f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cb87b7e83a4aac4dcebfc31b0faa5f59a3bdfc9185213353c12346634b540f2, en de alinea staat in dat document op bytes 18195 tot 19052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cb87b7e83a4aac4dcebfc31b0faa5f59a3bdfc9185213353c12346634b540f2 | shasum -a 256