Citaat | Hoge Raad 17 december 2019
Onder 2.2.2 Hoge Raad 17 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1925.
Het hof stelt – gelet op de huidige stand van het recht – voorop dat de vrijstellingsregeling is bedoeld voor alle ouders die een andere dan de gangbare geloofsovertuiging hebben of niet tot een ‘erkende’ geloofsgemeenschap behoren en daarom geen school van hun overtuiging kunnen vinden. De wet stelt geen eisen aan de herkomst van de richtingbezwaren. Bij de beoordeling of de verdachte was vrijgesteld van de verplichting om zich in te schrijven op een school omdat hij tegen de richting van de redelijkerwijs bereikbare scholen overwegende bedenkingen had, zal het hof niet treden in de vraag of deze bedenkingen al dan niet overwegend van aard zijn en slechts oordelen over de vraag of de bedenkingen de richting van het onderwijs in de zin van artikel 5 Lpw 1969 betreffen. Het hof is van oordeel dat die vraag bevestigend dient te worden beantwoord. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en hoger beroep – onder verwijzing naar de genoemde bijlage 4 – aannemelijk gemaakt dat zijn bezwaren de richting van het onderwijs betreffen. Hij heeft die bezwaren, ten aanzien van de richtingen van alle scholen en instellingen die zich binnen redelijke afstand van zijn woning bevinden en waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, voldoende concreet uiteengezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062, en de alinea staat in dat document op bytes 27086 tot 28393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062 | shasum -a 256