Citaat | Hoge Raad 17 december 2019
Onder 2.4.4 Hoge Raad 17 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1925.
Van overwegende bedenkingen in de zin van art. 5, aanhef en onder b, Lpw kan derhalve alleen sprake zijn indien de overwegende bedenkingen die worden aangevoerd, i) verband houden met ernstige gemoedsbezwaren van de in art. 2, eerste lid, Lpw bedoelde persoon die berusten op een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing, ii) betrekking hebben op de richting en derhalve de fundamentele oriëntatie, ontleend aan een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing, van – kort gezegd – het in art. 5, aanhef en onder b, Lpw bedoelde onderwijs en iii) voldoende concrete en voldoende zwaarwegende bezwaren betreffen die verband houden met onderwijs zoals een school dat kan bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062, en de alinea staat in dat document op bytes 35869 tot 36597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9449183c6cd1c54018814871edcf414c30689a775e0c3e0c6d8d8522b66e1062 | shasum -a 256