Citaat | Hoge Raad 13 december 2019
Onder 3.2 Hoge Raad 13 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1949.
Tegen die beslissing kan de rechter-commissaris geen rechtsmiddel aanwenden. In HR 17 april 2009 is, in een geval waarin de rechter-commissaris naar aanleiding van een verslag van de bewindvoerder, maar zonder daartoe strekkend verzoek van de bewindvoerder, een voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling had gedaan, geoordeeld dat geen wettelijke bepaling de bewindvoerder het recht toekent om tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie in te stellen. Een redelijke wetsuitleg brengt evenwel mee dat in een geval als dit, waarin de voordracht tot beëindiging is gedaan op een daartoe strekkend verzoek van de bewindvoerder en de in eerste aanleg uitgesproken beëindiging in hoger beroep alsnog wordt geweigerd, de bewindvoerder kan worden aangemerkt als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zoals bedoeld in art. 351 lid 5 Fw. De bewindvoerder kan in een dergelijk geval dus wel beroep in cassatie instellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0488481c33ec851626dbb5ad4f173c50c466e19eb2c45d33d31ba493f6039ddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0488481c33ec851626dbb5ad4f173c50c466e19eb2c45d33d31ba493f6039ddd, en de alinea staat in dat document op bytes 13800 tot 14903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0488481c33ec851626dbb5ad4f173c50c466e19eb2c45d33d31ba493f6039ddd | shasum -a 256