Citaat | Hoge Raad 13 december 2019

Onder 4 Hoge Raad 13 december 2019

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1949.

4.2.2 Op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, Fw kan de rechter de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen indien de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert. Voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling op de gronden, vermeld in art. 350 lid 3, aanhef en onder c, Fw geldt als maatstaf of, in het licht van de overige omstandigheden van het geval, de daar genoemde gedragingen een duidelijke aanwijzing vormen dat bij de schuldenaar de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt. Deze beëindigingsgrond ziet mede op wangedrag van de schuldenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0488481c33ec851626dbb5ad4f173c50c466e19eb2c45d33d31ba493f6039ddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0488481c33ec851626dbb5ad4f173c50c466e19eb2c45d33d31ba493f6039ddd, en de alinea staat in dat document op bytes 16793 tot 17760.