Citaat | Hoge Raad 17 december 2019
Onder 5.2.1 Hoge Raad 17 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1982.
In zijn arrest van 9 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9195, heeft de Hoge Raad het volgende overwogen naar aanleiding van de vraag naar de toelaatbaarheid van het stelselmatig inwinnen van informatie door een opsporingsambtenaar ingeval een verdachte voorlopig gehecht is, terwijl die opsporingsambtenaar zich onder een andere identiteit, dus zonder dat voor de verdachte kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, bevindt in de omgeving van de verdachte op de plaats waar deze is ingesloten:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779, en de alinea staat in dat document op bytes 68771 tot 69283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779 | shasum -a 256