Citaat | Hoge Raad 17 december 2019
Onder 5.2.1 Hoge Raad 17 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1982.
“5.4 Mede in het licht van de wetsgeschiedenis biedt art. 126j Sv een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag als bedoeld in art. 8 EVRM voor het stelselmatig inwinnen van informatie waarbij een opsporingsambtenaar, zonder dat kenbaar is dat hij als zodanig optreedt, onder een andere identiteit in de omgeving van de verdachte verkeert en, met schending van diens vertrouwen, met de verdachte in contact komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779, en de alinea staat in dat document op bytes 69295 tot 69738.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779 | shasum -a 256