Citaat | Hoge Raad 17 december 2019

Onder 5.6 Hoge Raad 17 december 2019

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1982.

Het vorenoverwogene neemt niet weg dat toepassing van art. 126j Sv ten aanzien van een voorlopig gehechte verdachte licht het gevaar in zich bergt dat de verdachte op zodanige wijze feitelijk komt te verkeren in een verhoorsituatie waarbij de waarborgen van een formeel verhoor door een politiefunctionaris ontbreken, dat aldus verklaringen worden verkregen die in strijd met de in art. 29, eerste lid, Sv tot uitdrukking gebrachte en in art. 6, eerste lid, EVRM besloten liggende verklaringsvrijheid van de verdachte zijn afgelegd. Gelet daarop zal vooreerst bij de toetsing van een zodanige toepassing van art. 126j Sv aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit uitgangspunt moeten zijn dat die toepassing eerst in aanmerking komt als de bijzondere ernst van het misdrijf zulks rechtvaardigt en andere wijzen van opsporing redelijkerwijs niet voorhanden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9207c78186a1c1a3373f982d7a8dd8cab5dc5c3a7a395fe27da15509ef3ad779, en de alinea staat in dat document op bytes 70325 tot 71214.