Citaat | Hoge Raad 17 december 2019
Onder 2.4 Hoge Raad 17 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1985.
Verdachte heeft op 18 oktober 2007 onder meer verklaard dat [betrokkene 3] op een gegeven moment bij hem is geweest en heeft verteld dat hij, [betrokkene 3] , auto’s uit Duitsland haalde. De afspraak werd gemaakt dat hij auto’s van [betrokkene 3] in consignatie zou krijgen. Bij de eerste auto kreeg hij een factuur van [B] B.V. en hij heeft toen aan [betrokkene 3] gevraagd: “Dat ben jij toch niet?”. [betrokkene 3] vertelde hem toen dat [B] B.V. het bedrijf was waaronder hij werkte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cce44472e8250d2da1e7404be5b4a6d4247fab1b34d293ebef744286e2fa07e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cce44472e8250d2da1e7404be5b4a6d4247fab1b34d293ebef744286e2fa07e8, en de alinea staat in dat document op bytes 13268 tot 13774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cce44472e8250d2da1e7404be5b4a6d4247fab1b34d293ebef744286e2fa07e8 | shasum -a 256