Citaat | Hoge Raad 20 december 2019

Onder 5.5.1 Hoge Raad 20 december 2019

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006.

Bij de uitleg van de art. 2 en 8 EVRM is mede art. 13 EVRM van belang, dat inhoudt dat in geval van schending van de rechten en vrijheden van het EVRM, recht bestaat op een daadwerkelijk rechtsmiddel (‘an effective remedy’) voor een nationale instantie. Volgens de rechtspraak van het EHRM garandeert deze bepaling op nationaal niveau het bestaan van een middel om die rechten en vrijheden af te dwingen. Het nationale recht moet daarom in gevallen waarin mogelijk sprake is van een schending van die rechten en vrijheden (in geval van een ‘arguable complaint’ daarover), een rechtsmiddel bieden om daartegen naar behoren op te komen en een passende voorziening te krijgen (‘appropriate relief’). De reikwijdte van deze verplichting hangt af van de aard van de schending. Het middel moet zowel praktisch als juridisch effectief (‘effective’) zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 103538 tot 104478.