Citaat | Hoge Raad 20 december 2019

Onder 5.9.3 Hoge Raad 20 december 2019

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006.

Zoals het hof terecht heeft geoordeeld in rov. 35, doet aan de procesbevoegdheid van Urgenda niet af dat Urgenda volgens art. 34 EVRM geen klachtrecht heeft bij het EHRM nu zij zelf geen potentieel slachtoffer is van de onderhavige dreigende inbreuk op de art. 2 en 8 EVRM. Dat ontneemt Urgenda immers niet de bevoegdheid om overeenkomstig het Nederlandse recht een vordering in te stellen op de voet van art. 3:305a BW ten behoeve van de ingezetenen die wel een dergelijk slachtoffer zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 122261 tot 122764.