Citaat | Hoge Raad 20 december 2019
Onder 6.3 Hoge Raad 20 december 2019
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006.
Onder omstandigheden kan voorts sprake zijn van zodanig duidelijke opvattingen, afspraken en/of consensus in internationaal verband over de verdeling van maatregelen over landen, dat de rechter kan vaststellen wat in elk geval, naar zeer breed gedragen en mede in de klimaatwetenschap gefundeerde opvatting van staten en internationale organisaties, is aan te merken als de minimale ‘fair share’ van de Staat. Op grond van de hiervoor in 5.4.2 en 5.4.3 genoemde maatstaven (waaronder de ‘common ground-methode’), die de Nederlandse rechter gehouden is toe te passen bij de uitleg van het EVRM (zie hiervoor in 5.6.1), is de rechter dan verplicht tot die vaststelling over te gaan en daaraan gevolgen te verbinden bij zijn oordeel over de omvang van de positieve verplichtingen van de Staat. Uit de hiervoor in 5.4.2 genoemde rechtspraak van het EHRM volgt dat bij deze vaststelling onder omstandigheden ook betekenis kan toekomen aan afspraken en regels die op zichzelf niet bindend zijn. Dit gebeurt dan op de grond dat deze regels en afspraken de uitdrukking vormen van een zeer breed gedragen opvatting of inzicht en daarom van belang zijn voor de invulling en toepassing van de positieve verplichtingen van de Staat op grond van de art. 2 en 8 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 126364 tot 127638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ba5ee01add758b3680270ac8a72bac3e9ac350cf350783c003d33ccba960d2f | shasum -a 256